Toegankelijkheidsmenu

Fasen

Innovatie is te omschrijven als de ontwikkeling en succesvolle toepassing van een nieuw en nuttig idee. Het proces van innoveren is op te delen in een zevental fasen. Daarbij is er sprake van afwisselend divergeren en convergeren. Bij het divergeren wordt er verbreed, zoals het verzamelen van zoveel mogelijk oplossingen voor een probleem. Bij het convergeren wordt er versmald, zoals het selecteren van de beste oplossing uit meerdere alternatieven. Het innovatieproces kent vier stappen van divergeren en convergeren. 

Visie
Een visie is een ideaal, een beeld van een wenselijke situatie in de toekomst. De visie geeft antwoord op de vraag: waarheen? Het is een helder toekomstbeeld dat je vormt en deelt met de betrokkenen. De visie geeft houvast bij het “fuzzy” proces van innovatie, wat de schaal van innovatie ook is; van een kleinschalige vernieuwing in de les tot grootschalig nieuw beleid in de instelling. Een visie staat niet los van degene die hem formuleert. Deze persoon of organisatie staat voor bepaalde waarden respectievelijk een missie. Het is handig als de missie expliciet gemaakt wordt, om duidelijk te maken van waaruit een visie gevormd wordt. Een missie beschrijft waar je voor staat, je bestaansrecht en is intern gericht. Een visie vloeit voort uit de missie en beschrijft waar je voor gaat, en beschrijft wat je wil betekenen in de toekomst en is extern gericht.

In de fase van visievorming creëer, beschrijf en deel je met de belangrijkste betrokkenen een visie. Dat is een divergerende fase die begint met een vaag idee of beeld om verder uit te werken en te delen met betrokkenen. Uiteindelijk wordt de visie concreet gemaakt in een visie statement. Dit is het convergerende deel van deze fase.

Een voorbeeld van een fragment uit het visie statement van Hogeschool Iselinge voor het project Het Leren van de Toekomst: ”(…) De nieuwe leraar wordt wat ons betreft vooral een arrangeur van onderwijs, een leerkracht die vaardig is in het ontwerpen, bewerken en samenstellen van avontuurlijk onderwijs waarin kinderen initiatief mogen nemen, kunnen experimenteren en veel leren.”

Verkenning
Vanuit de visievorming start de verkenningsfase. Met de visie als uitdaging ga je oplossingsrichtingen verkennen. Inspiratie kun je halen uit eigen ideeën, ervaringen of observaties, brainstormsessies met collega’s of betrokkenen, gesprekken met experts, uit informatie via traditionele en nieuwe media en door snel praktijkervaring op te doen (prototypes testen, proeftuinen creëren). Denk daarbij aan vragen als: Wie zou je kunnen helpen? Waar vind je meer informatie? Wat zijn toepassingen of technologieën die oplossingen kunnen bieden en waar kun je die uitproberen of in de praktijk ervaren? Naast het inwinnen van informatie uit de directe omgeving en gesprekken met direct betrokkenen is het hierbij aan te bevelen om ook inspiratie elders te zoeken om op nieuwe ideeën te komen. Wie heeft uit een andere sector vergelijkbare problemen opgelost? Of waar zou je eens binnen willen lopen om te kijken hoe het eraan toe gaat? Het helpt daarbij ook om de ervaringen buiten de eigen context te delen in de vorm van een verhaal met collega’s of betrokkenen. Zo krijgen de ervaringen meer betekenis en kan erop verder gebouwd worden. Dit is een divergerende fase waarbij het belangrijk is om direct oordeel uit te stellen. Nieuwe ideeën komen vaak uit onverwachte hoek. Een lijm die niet plakte heeft uiteindelijk tot de uitvinding van de post-it geleid.

Doelbepaling
Op basis van het contact, de ideeën en informatie uit de verkenningsfase start de doelbepaling. In de fase doelbepaling werk je naar een concrete (onderwijs-)doelstelling die je zo SMART (Specifiek, Meetbaar, Aanvaardbaar, Realistisch en Tijdgebonden) mogelijk formuleert. Je legt (onderwijs-)doelen en verwachte resultaten, afbakening en planning zo goed mogelijk vast in een project-/lesplan.

In de praktijk zullen verkenning en doelbepaling elkaar cyclisch een aantal keer kunnen opvolgen zolang je het idee nog niet helder hebt, of zolang je nog mensen spreekt of zaken tegenkomt die de doelstelling helpen aanscherpen. Deze convergerende fase eindigt pas als het doel helder, vastgelegd en gedeeld is.

Voorbereiding
Zijn doel en resultaat eenmaal goed vastgelegd in een project-/lesplan dan start de voorbereidingsfase. Centraal in de voorbereidingsfase staat de vraag: hoe creëer je de omstandigheden voor een goed experiment? Dit betreft operationele zaken zoals infrastructuur, faciliteiten en een draaiboek, maar een belangrijk deel van de voorbereiding zit hem in het betrekken van mensen. De meeste mensen vinden experimenteren best leuk, want iets nieuws is spannend. Maar vernieuwing roept tegelijkertijd ook spanning op, weerstand tegen verandering. Het vraagt flexibiliteit van de betrokkenen om met een nieuwe situatie om te gaan. Met een goede voorbereiding kun je zorgen dat de angst voor het onbekende beperkt wordt, door zoveel mogelijk duidelijkheid te bieden over de kaders die er wel zijn en transparantie over wat onzeker is. Maak bijvoorbeeld duidelijk welke achtervang er bestaat als vernieuwing anders uitpakt dan verwacht. Ook dit is een divergerende fase.

Experiment
De voorbereidingsfase kan nog zo uitgebreid zijn, uiteindelijk moet de stap in het onbekende gedaan worden. Er zullen altijd onzekerheden zijn, anders zou er geen sprake zijn van vernieuwing. Het experiment is de fase waarin de innovatie zich in de praktijk gaat bewijzen. Het resultaat van deze fase is per definitie onzeker. Dit kan een zeer intensieve fase zijn, maar is het meest leerzaam. En dat is geen momentopname want vraagt doorgaans constant aandacht. Soms is sturing en bijstelling nodig, soms blijkt dat alles als vanzelf gaat en ook kan blijken dat de gehoopte vernieuwing niet werkt in de praktijk en dat je terug moet vallen op een back-up scenario. Dit is een convergerende fase leidend tot een bepaalde uitkomst.

Evaluatie
Het experiment leidt altijd tot een resultaat. De vraag is in hoeverre dit overeenkomt met het verwachte of gewenste resultaat en met de beoogde visie. In de evaluatiefase wordt het resultaat uit het experiment geëvalueerd en wordt geïnventariseerd wat de belangrijkste lessen zijn voor de toekomst. Hoe sluit het resultaat aan op de verwachte visie en doelstellingen? Wat betekenen de opgedane ervaringen? Dit is een divergerende fase van het verzamelen van alle geleerde lessen.

Evolutie
In de evolutiefase destilleer je vanuit de inventarisatie van lessen uit de evaluatiefase de belangrijkste inzichten en formuleren je ideeën of plannen om het in de toekomst beter of anders te doen. Hoe kun je het resultaat uitbouwen, verbeteren verder laten evolueren? Dit is tot slot weer een convergerende fase die eindigt met een nieuw plan of idee. Hiermee start je in feite een nieuwe cyclus en keert terug bij de eerste fase van visievorming, maar dan met de ervaring van de afgelopen cyclus.